Apologetiek (van het Griekse apologia, wat verdediging betekent) is de systematische verdediging en rationele rechtvaardiging van een specifieke leer, idee of wereldbeeld.
De opkomst van het genre apologetische literatuur in de geschiedenis van de kerkelijke geschriften is voornamelijk te danken aan het feit dat de christelijke kerk in de tweede eeuw aanzienlijke vooruitgang boekte in haar zendingswerk, en het licht van het Evangelie vele, zelfs afgelegen, hoeken van het uitgestrekte Romeinse Rijk bereikte en zich zelfs tot buiten de grenzen uitstrekte.
Het proces van bekering tot het christendom omvatte vrijwel alle lagen van de diverse Romeinse samenleving, inclusief de hoogste lagen. Dit succes van het christelijke Evangelie lokte een natuurlijke reactie uit van het heidendom, die zich, om zo te zeggen, via drie kanalen manifesteerde: de afwijzing van het christendom door de staat, de tegenstand van de heidense intelligentsia en een gebrek aan begrip onder de heidense massa.
Daarbij kwam nog de inmiddels traditionele vijandigheid van het jodendom jegens de Kerk van Christus. De wisselwerking tussen deze vier ‘reactionaire factoren’ bepaalde grotendeels de taken van de vroege christelijke apologetiek.